waar staan we voorpatroonheiligenoverwegingen

Overwegingen

 

  Er zit muziek in
Overweging bij de Carnavalsmis in Ewaldenkerk
Carnavalsviering
Druten,
19 februari 2012
“Er zit muziek in”, fluisterden de burgemeesters en hun raad,
maar waarom zoveel herrie hier op straat…?
Dus: als je in de reut te hard gaat loeien,
slaan ze je onverbiddelijk in de boeien.

Beste bokken, lieve geiten, koffieleuters allemaal:
Kijk dus maar uit, maak niet te veel kabaal.
Maar zing híer wel mee, de liederen van het leven,
En vergeet vandaag voor even,
(zoals het heet in het Bokkenlied) de deun van elke dag.
Om te horen en te zien wat je kunt en wat je mag.

Want, er zit muziek in ‘t leven, van vogels met hun eigen taal:
wie oren om te horen heeft, hoort wielewaal en nachtegaal.
Maar: wie zijn hárt geopend houdt, hoort ménsen zingen,
in vreugde en verdriet en bij alledaagse dingen.
Die hoort en ziet dat zo maar op een doordeweekse dag
er licht is in de ogen en op ‘n gezicht een lach.

Ik had het laatst nog in de winkel. Toen er ik betalen zou:
vroeg een allerliefste caissière of ik knuffelzegels wou.
Maar ik had het niet zo goed verstaan,
dus keek haar met schrik en met verbazing aan:
of ik wat wou, iets met geknuffel hier nu bij de kassa,
te midden van de winkelende massa?
De knuffel heeft ze me niet gegeven,
en ik weet niet waar de zegels zijn gebleven.
Maar we hadden met zijn allen veel plezier,
zomaar aan de kassa, bij ’s lands grootste kruidenier.

Er zit muziek in het leven, er zit muziek in jou en mij.
Vertrouw je zelf, want zoals jij bent, zo maak je mensen blij.

De koning – in het verhaal zo-even –
kon zijn vreugde pas beleven,
toen de vogelvanger niet langer vogels imiteerde,
maar gewoon zijn eigen melodie probeerde,
zong en speelde uit het diepst van zijn gemoed:
dat was het lied waarvan de koning droomde, dat deed hem goed.
Er zit muziek in jou en mij, in iedereen zoals je bent:
kom op dus allemaal: je hebt talent.
Ieder zingt zijn eigen lied en we doen ontzettend goed ons best,
zo vormen we met zijn allen voor dit leven een schitterend orkest.

“Druten got talent”, Druten barst van het talent:
van Gerano’s en veel meer, tot een heuse “herrie band”.

Maar lang, lang vóór de wervelende show in Drutens Bokkenstal,
zei Onze Lieve Heer het al:
“iedereen got talent”, niemand hoeft er om te vragen,
je krijgt van God genoeg om in goede en in kwade dagen
een mens voor een mens te zijn, voor iedereen van waarde:
zo komt Gods paradijs op deze aarde.

Stop je talent niet in de grond.
Er zit muziek in jou en mij. Dat zingt de wereld rond.

Tenslotte nog deze anekdote van een vrouw
die haar talent gebruiken wouw.

Ze belde een pastoor en vroeg: is er voor mij nog werk in de kerk?
O ja, we zoeken mensen om te poetsen en te schoffelen en te zingen in het koor.
Ze zei: nou nee, ik wilde komen werken als pastoor.
Spontaan was de reactie: mevrouw, gebruik toch uw verstand.
Waarop zij weer: heeft een pastoor dat nodig dan?

Beminde bokken, lieve geiten, koffieleuters, en gewone mensen:
Wat kan ik iedereen nog anders wensen,
dan een vrolijk carnaval, gebruik vooral ook uw verstand,
en maak plezier, geniet van zingen, dansen hand in hand.
Van ’t feest van vreugde en jolijt
En heel veel onderlinge solidariteit.
Ik hoop en bid dat ook in donkere dagen
dit feest ons helpt om elkanders last te dragen.

Dat maakt mensen blij:
Er zit muziek in ’t leven, er zit muziek in jou en mij. Amen.

Pater Ad J.M. Blommerde s.m.
 

 

 

  Waar twee of drie…
Overweging bij de gezamenlijke viering bij de start van het nieuwe werkjaar
Begin werkjaar
2011

Het voorvalletje dat me een dezer dagen te binnenschoot is ondertussen zeker 25 jaar geleden.

Twee jonge mensen meldden zich bij me omat ze bij ons in de kerk wilden trouwen. Ik moet zoiets gezegd hebben als: “wat fijn dat jullie je met onze parochie verbonden voelen”. Verbaasde ogen: “wat is dat, een parochie?” “Duur woord voor de gemeenschap van mensen die in Jezus geloven”, probeerde ik uit te leggen. “En dat je geloven nu eenmaal samen doet”, preekte ik er maar meteen bij. Waarop de aanstaande bruidegom zich haastte om te zeggen “dat hij wel een beetje geloofde in iets of zo, maar dat was heel persoonlijk, niks samen”. “Je bedoelt”, zei ik maar brutaal, “dat je met een kerk eigenlijk niks te maken wilt hebben”. En ik herinner me met name dat ik – niet geheel zonder irritatie – eraan heb toegevoegd: “maar goed dat we niet allemaal zo zijn, anders hadden jullie mooi geen kerk gehad om in te trouwen”. Dat vonden ze erg grappig, we hebben dus hartelijk gelachen en daarmee was het ijs voldoende gebroken om er een mooie huwelijksviering van te maken. En op hun bedankkaartje schreven ze met heel veel uitroeptekens “maar goed dat er een kerk is”.

“Maar goed dat er een kerk is”. Die ervaring van toen heeft zich in alle variaties nog vele malen herhaald. Mensen die, zoals we dat zeggen, de deur van de kerk bepaald niet plat lopen, maar na een doopviering, na de eerste communie, na een mooie avondwake, op de een of andere manier laten blijken dat ze toch maar dankbaar zijn dat er de kerk er is. Kerk in precies de dubbele betekenis van het woord: het gebouw, maar vooral de gemeenschap. De gemeenschap die er wil zijn voor mensen op die momenten in het leven waarop ze zoeken naar woorden en gebaren om hun verdriet of hun dankbaarheid een plek te geven in een geheim dat ons verstand te boven gaat. Een gemeenschap die er wil zijn voor mensen juist als zij zoeken naar ‘meer naar dan het gewone’, naar God.

“Goed dat er een kerk is”. Broeders en Zusters, misschien is het dát wat wij, vandaag aan het begin van een nieuw werkjaar als parochie, vooral tegen elkaar willen zeggen, móeten zeggen en willen vieren: “Waar er twee of drie mensen in mijn naam bij elkaar zijn, daar ben ik in hun midden”.
Ik weet niet wat u dacht toen u op de voorkant van het boekje die woorden zag staan van Jezus in het evangelie. Ik moet u zeggen dat ik op een gegeven moment (het boekje ligt al een tijdje op mijn bureau) dacht: ik hoop dat het er meer zullen zijn…. Niet zelden worden die woorden nogal minimalistisch uitgelegd. Als er op zondagochtend wel erg weinig mensen in de kerk waren, beuren we elkaar op door te zeggen “dat twee of drie toch genoeg is” om de Heer in ons midden te weten.
En dat is natuurlijk ook zo. Maar uit de context van het evangelie kan ik nergens opmaken dat Jezus iets bedoelt in de zin van “wees tevreden met het kleine aantal”. Ik denk wél dat er goede redenen zijn om te zeggen dat het aantal er niet in eerste instantie toe doet, dat het niet gáát om de getallen. Dat het niet gaat om…. dat waar wij het al gauw over hebben als we praten over de toekomst van onze kerk, van onze parochie, van de nieuwe parochie die we met elkaar gaan vormen in de gemeente Druten. Want dan hebben wij het over aantallen kerkgangers, over aantallen die meedoen met de kerkbalans, over de steeds kleiner wordende kudde die b.v. in hun kerkgebouw op een te grote voet leven. En versta me goed: we zullen het over al die dingen móeten hebben als we realistisch willen nadenken over de toekomst van onze geloofsgemeenschap hier ter plekke.

Maar vandaag lijkt Jezus tegen ons te zeggen: gelóven hangt niet af van getallen, geloven doe je niet alleen, geloven in de evangelische zin van het woord, geloven in de zin van volgeling van Jezus willen zijn, dat is per definitie gemeenschap. De Heer is daar waar mensen samen bidden, samen geloven.
En: waar de gemeenschap is, waar – hoorden we – op aarde eensgezind gebeden wordt, zal je gebed verhoord worden.

Beste medeparochianen. Laten we daarom in deze voor de kerk ogenschijnlijk zo negatieve tijd, elkaar vasthouden. Ook al falen we telkens weer om de hoge idealen van het evangelie tot werkelijkheid te maken, ook al blijken we allemaal maar zwakke en fouten makende mensen te zijn – laten we daarom de idealen nog niet wegdoen. Laten we niet inzakken in lusteloosheid of moedeloosheid. Maar blijven geloven dat ons samenzijn in naam van de Heer kan zijn als mosterdzaadje van liefde voor deze wereld. Laten we elkaar vasthouden, om voor mensen van vandaag de plek te zijn waar ze de levende Heer in ons midden kunnen ervaren.
We hoeven ons niet blind te staren op de aantallen en getallen. Zoals we er zijn als parochie, deze veelkleurige parochie, zoals we er zijn als gemeenschap van geloof, zo kunnen we de plek zijn waar wij de Heer in ons midden weten. En: zo kunnen we voor alle zoekers – zoals we straks bidden in het eucharistisch gebed - de weg aantonen die leidt naar de God van de liefde. Zo zijn we zout der aarde. Voor de wereld een licht. We bidden het, we zingen het.

Pater Ad J.M. Blommerde s.m.
 

 

 

  De bittere kruiden van pijn en verdriet;
schandalen van seksueel misbruik

Overweging bij de lezingen van Witte Donderdag 2010
Witte Donderdag 2010

 

www.wijblijvenkatholiek.nl


Door de schandalen van seksueel misbruik keren vele, meer of minder betrokken katholieken de kerk de rug toe; ook in onze parochie komt een enkele afmeldingen binnen. Mensen laten zich uitschrijven: uit schaamte, uit verontwaardiging, uit woede. Emoties die authentiek zijn en begrijpelijk. Gevoelens die wij waarschijnlijk allemaal in ons zelf herkennen: diepe schaamte om de ernstige vergrijpen die onze voorgangers begingen. Boosheid, verdriet, bezorgdheid om wat kinderen en jonge mensen is aangedaan.

En ook al kunnen wij die situatie niet meer terugdraaien, het is natuurlijk waar wat Bisschop De Korte zei namens de bisschoppenconferentie: Wij moeten niet bang zijn voor de waarheid. In deze kwestie moet de onderste steen boven komen.

Niet bang voor de waarheid. De waarheid die ons confronteert met menselijke zwakheid, met zondigheid.

Het heeft daarom zin dat – zoals we lazen in de schriftlezing van Witte Donderdag – dat het Pesach, het feestelijke paasmaal van Gods bevrijding uit de slavernij – dat het feest gevierd wordt met bittere kruiden.
Want: hoe kun je het feest vieren van Gods bevrijding, als je ziet wat mensen elkaar aandoen, als je ziet wat mensen overkomt: in een zwarte bladzijde in de geschiedenis van onze eigen kerk, maar in zoveel situaties meer. Ja, hoe vaak is niet het verhaal over God en over Zijn Bevrijding óók een verhaal over misstappen, over lijden, over verdriet: de bittere kruiden van pijn, van verdriet.

Jezus vierde die bevrijding, het Paasmaal, op de avond voor zijn lijden en dood. Deed hij dat ook met bittere kruiden? Met lam? Met brood en wijn? Johannes vertelt daar in het evangelie van Witte Donderdag helemaal niets over. Híj vertelt over voetwassing. Over de wereld op zijn kop. De Heer en Meester die - tegen alle fatsoensregels in - zijn leerlingen de voeten wast.

Het oude verhaal van Gods bevrijding kon en kan niet verteld worden zonder bittere kruiden. Maar sinds die bewuste avond kan het ook niet meer verteld worden zonder de voetwassing. Nu pas weten we eens te meer hoe God is: als slaaf die ons de voeten wast. Die dienstbaar is tot het uiterste. En zo alle menselijke macht en grootheid voor gek zet.

De zonde mag dan machtig zijn, binnen onze eigen kerk, in onze wereld, onze eigen levens. Het geweld mag vaak te groot lijken voor wat wij mensen aankunnen. De smaak van het leven is soms bitter, maar…. God gaat door de knieën. Hij is een God die onze naaste is, hoe zwak en klein wij ook zijn.

En – want ook dat is de geschiedenis van onze kerk – er zijn er zovelen die hun leven hebben ingericht in navolging van die absolute dienstbaarheid. De voorbeelden liggen voor het opscheppen. Op de website www.wijblijvenkatholiek.nl verwijzen de initiatiefnemers naar de talloze generaties gelovigen die de samenleving hebben geprobeerd te doordringen met het evangelie, met een christelijke geest - in de politiek, de kunst, de media, de sport, en in de zorg en het onderwijs . Zij noemen ook de wijze waarop katholieken wereldwijd nog altijd met inzet en compassie zorgen voor het welzijn van medemensen: in de hulpverlening voor ouderen, rouwenden, verslaafden, voor gevangenen, voor mensen zonder werk en voor vluchtelingen.

Het verhaal van Gods geschiedenis met mensen, het verhaal van de kerk van Jezus Christus, kan niet verteld worden zonder bittere kruiden, zonder pijn, zonder verdriet, zonder schaamte.
Maar is dat een reden om je dan maar te distantiëren? Om niet meer mee doen? Of: is het misschien juíst een oproep om je opnieuw te engageren met Hem die als een slaaf de voeten wast van Zijn leerlingen. Trouw blijven aan Hem, die trouw is aan ons. Juist nu, om ook in wat onze kerk nu meemaakt – ik citeer nogmaals “wijblijvenkatholiek.nl” - de wonden die zijn geslagen te helpen verbinden, om te helpen voorkomen dat wat gebeurd is, opnieuw gebeurt.

Het Joodse Paasmaal begint met de vraag van de jongste aanwezige: Is deze avond anders dan andere avonden? Het antwoord kan natuurlijk niet zijn dat op deze avond van Bevrijding de bittere smaak uit het leven is verdwenen. Nee, precies te midden van angsten en wanhoop vieren wij met brood en wijn dat God er is, dat Hij er is om ons te bevrijden. Als God zo voor ons is, wie zal dan tegen zijn.

Pater Ad J.M. Blommerde s.m.
 

 

 

   
begin Vastentijd Wat ligt er in mijn winkelwagentje…???”
  “Als ik met mijn winkelwagentje door de Lidl loop, zeg ik telkens bij mijzelf: “…en leid ons niet in bekoring…” Maar ik moet je eerlijk zeggen, desondanks laat ik mij toch herhaaldelijk weer verleiden om iets te kopen wat ik eigenlijk niet nodig heb”.

Deze wijze huisman weet blijkbaar waar het over gaat, als we het over ‘bekoringen’ hebben. Over de verleidingen om “te doen wat ik niet wil en niet te doen wat ik wel wil”. Onze wereld is er vol van. In de supermarkt is het de taart die toch wel lekker lijkt, al kwam je daar niet om. In de folder van de Staatsloterij is het een huisje in Frankrijk dat je “altijd al wilde” dat nu met een lot van € 13,50 binnen handbereik ligt. In de sterreclame is het “lenen.nl” dat uit pure menslievendheid je nieuwe badkamer wel voor je wil betalen. Om nog maar te zwijgen van alle meer subtiele verleidingen die ons willen doen geloven in een mensbeeld waarbij je in goeden doen moet zijn, in een snelle auto rijden met een mooi en sexy lijf (de plastische chirurgen verdienen er goed geld aan). De verleidingen van een mensbeeld waar nauwelijks nog ruimte is voor aftakeling of ziekte.

Liturgisch begint De Veertigdagentijd met het evangelieverhaal van de bekoringen van Jezus in de woestijn. De duivel, die na veertig dagen en nachten vasten Jezus komt bezoeken, wordt “de verleider” genoemd. Satan wil Jezus inderdaad ‘af leiden van de rechte weg’. Satan wil Hem af leiden van het leven waartoe Hij bij zijn doop geroepen werd, het leven als de Zoon in wie God welbehagen heeft (Matt. 3,17). Matteüs wil met dit verhaal van de bekoringen duidelijk maken wat Zoonschap voor Jezus inhoudt: gehoorzaam zijn aan de wil van God, trouw aan Zijn roeping. Juist de dingen waarmee Satan, de Verleider, Jezus wil afbrengen van zijn keuze voor God, maken duidelijk wat het betekent “Zoon van God” te zijn. Het houdt in ieder geval in dat je níet kiest voor je eigen welbehagen, je eigen welzijn, níet voor het stillen van je eigen honger, níet voor eigen roem en eer, níet voor eigen macht. En wie het vervolg van het Evangelie kent, weet maar al te goed wat het wél inhoudt om Zoon van God te zijn: het stillen van de honger van de vijfduizend, het kiezen voor het welzijn en geluk van de naaste. De Zoon van God is een dienstknecht, een ‘slaaf die ons de voeten wast’, die ook in de doodsangst op het kruis nog níet bezwijkt voor de verleiding om zichzelf te redden.

Wanneer we dit verhaal van de bekoringen in de woestijn op ons eigen leven leggen, herkennen we daarin ook onze ‘bekoringen’? Ook wij immers zijn gedoopt tot het Kind van God waarin Hij welbehagen heeft. Ook wij zijn daarom geroepen om de weg te gaan van gehoorzaamheid aan wat God wil, trouw aan onze roeping als christen. Worden we van die weg af geleid? Worden verleid om ándere keuzes te maken dan de keuze voor God en voor het Evangelie? Misschien is het inderdaad wat kort door de bocht om, als het over bekoringen gaat, meteen te beginnen over de sterreclame. Hoewel….. De vraag waar het omgaat is: hoe zit het met mij als kind van God? Wat voor keuzes maak ik? Waardoor laat ik mij af leiden van een weg waarvan ik eigenlijk vind dat ik ‘m als christen zou moeten gaan?

Het is natuurlijk niet voor niets dat we dit evangelie van Jezus’ bekoringen lezen aan het begin van de Veertigdagentijd, tijd van inkeer en bekering, tijd van ommekeer: tijd om ons als gelovige mensen opnieuw te oriënteren op de weg die God ons te gaan geeft. En natuurlijk gaat dat over de grote richting van ons leven. Maar die wordt wél concreet in de kleine dagelijkse keuzes. En dan heeft óók het kopen van een chiquere auto of dure tv, wel degelijk iets te maken met het soort keuzes die ik in mijn leven wil maken.

Gedurende de Veertigdagentijd stellen we ons daarom vragen als: wat eet ik eigenlijk? Heb ik dat allemaal nodig? Stil ik alleen mijn eigen honger? Waaraan besteed ik mijn tijd, is het allemaal voor mijzelf of heb ik ook tijd voor een ander? Waar geef ik mijn geld aan uit, blijft er nog wat over voor solidariteit met wie het minder heeft? Ben ik uit op eigen roem en eer? Voor welke bekoringen bezwijk ik? En het zóu wel eens kunnen zijn dat het dan niet zo gek is om toch ook maar eens in ons winkelwagentje te kijken….

pater Ad Blommerde, marist

 

 
 


 

zondag 20 januari Een nieuwe tijd breekt aan
 
Al is het weer nat en druilerig, toch lijken we deze morgen al een voorschot te nemen op de lente die straks begint. Er wordt ons verteld over een lam.
De tijd van lammeren is ons mensen van Maas en Waal vertrouwd; we zullen ze talrijk zien ronddartelen in onze polders en in weiden. Speels en zorgeloos
Juist dan voelen we het in onze botten: Een nieuwe tijd breekt aan.

Van Jezus wordt ons vanmorgen gezegd: Hij is het Lam van God,
Hij brengt nieuw leven en zal ijveren voor een nieuwe wereld, voor nieuwe verhoudingen tussen mensen, tussen mensen en God. En wat daarbij bijzonder is: hij zal geweldloos te werk gaan

Dit nu past Jezus op zichzelf toe en zegt ergens in het evangelie:
'Leer van mij, ik ben zachtmoedig en nederig van hart.'

In de oudste tijden, toen de christenen hun toevlucht zochten in de catacomben in Rome tijdens de vervolgingen, maakten zij op de ondergrondse muren tekeningen van Jezus als een goede herder met een lammetje op zijn schouders.

Ze herkenden in Hem zijn mededogen. Hij die gekomen was vooral voor hen die kwetsbaar waren. Jezus tilde hen op. Hij gaf hen hun waardigheid als mens terug. Hij bejegende hen met Gods vriendschap.

Maar hij is niet zomaar het Lam van God. Hij is het Lam van God dat de zonden van de wereld wegneemt. Hij wil het kwaad aanpakken.
Die zonden neemt hij weg door zijn inzet voor anderen, voor verworpenen, door zijn streven naar een ander soort samenleving, waarin plaats is voor iedereen en waarin niemand meer uitgestoten wordt.
Daarbij wil Hij zich opstellen weerloos als een lam.

Heil en redding vanwege God was niet alleen voor het joodse volk: Hij moest ook heil en redding brengen aan de heidenen, aan de mensen van alle volkeren ter wereld.
Dit hebben zijn volgelingen in vervulling zien gaan in de manier van leven en sterven van Jezus. Op de wijze van een onschuldig lam.

Geweldloosheid en daadkracht kenmerkte Dorothee Sölle, een Duits theologe voor wie ik veel respect heb, een kwetsbare vrouw.
Op een keer belemmerde ze met een zitstaking het transport van kruisraketten. Ze moest voorkomen voor het gerecht. Op haar plaats in de rechtzaal had iemand een witte roos gelegd. Toen zij ze tegen de rechter.
Je kunt deze bloem vertrappen, maar onze verzetsbeweging blijft ongebroken.

Het levensthema van Sölle was:
het visioen van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.
‘We hebben een nieuwe hemel en een nieuwe aarde nodig’, zei ze ‘een andere wijze van leven, van handelen, van delen, van liefhebben. Want die oude aarde’, zei ze, ‘is bezoedeld door bloed, verscheurd door oorlogen. Wouden sterven, velden verdrogen. Op onze oude aarde leren kindsoldaten doden met lichtgewichtwapens uit Europa. Op deze aarde voeren we precisieoorlogen uit zoals in Irak, waarmee we de mythe van de almacht van wapens voeden en het volkerenrecht omverhalen. Terwijl de schreeuw van kinderen om voedsel ongehoord blijft’.
Vanwege die stille schreeuw die haar met God verbond, vanwege dat visioen van een nieuwe aarde en hemel heeft ze niet alleen gewerkt, maar ook gezongen en gedanst, liefgehad, gedicht en gelachen.
Tegelijk zei ze: wíj hebben God nodig, niet als de grote regelaar maar als uitdrukking van iets groters dan wijzelf, als bron van leven die er al was vóórdat wij er waren en waardoor we het leven als een geleend geschenk mogen aanvaarden’.

In ons klooster in Nijmegen hangt een Christus’ beeld zonder armen. Geweldloos. Als je er aan voorbij loopt word je er aan herinnerd:
Wij zijn de armen van dat Jezus' beeld
Op de plek waar wij ons bevinden, waar we leven en werken, zijn wij geweldloze medewerkers. Mede door ons kan er een nieuwe tijd aanbreken.

Het zij zo. Amen.

pater Kees van den Berg scj