kerkgemeenschapbestuurwerkgroepenadministratievrijwilligersfinanciënvriendenkerkhovenpar. agenda

Parochie: twee kerkgemeenschappen

 

Onze parochie bestaat uit twee kerkgemeenschappen:
  • kerkgemeenschap H.H. Ewalden Druten
  • kerkgemeenshap H. Johannes de Doper
     

 

 
  Conservator Rijksmuseum doet oproep tot steun aan kerken in Druten en Puiflijk
bijdrage Gerrit Wolbrink,

eerder gepubliceerd in

de Waalkanter, 25 mei 2011.

Met goedkeuring geplaatst op deze website.

 

Terwijl Pieter Roelofs, conservator 17e-eeuwse schilderijen van het Rijksmuseum in Amsterdam terugloopt naar zijn auto op het Marktplein in Druten, kijkt hij nog een keer om naar “zijn” Ewaldenkerk en zegt “als deze kerk in Frankrijk zou staan zou het een gebouw zijn, dat duizenden bezoekers trekt”.

Klik hier om het volledige artikel van deze oud-Drutenaar te lezen.

 


 

 
  Orgel Puiflijk nu ook gestemd:
op naar een orgelconcert!
bijdrage Hans Janssen Nadat in september de windvoorziening van het bijna 120 jaar oude Smits-orgel in de Puiflijkse Johannes de Doperkerk was hersteld, is het verdere restauratieproces onder leiding van de onmisbare Jan Reijnen met verve doorgezet. Herman Meijer, de bekende Drutense orgelspecialist, had al veel voorbereidend werk verricht: hij heeft de grote kromgezakte pijpen recht getrokken en voorzien van extra steun, zodat deze indertijd handgemaakte en breekbare oudgedienden nog lang hun sonore klanken kunnen laten horen. Ook de mechanische overbrengingen zijn door hem gecontroleerd en zonodig hersteld. Verder is de benen toetsbekleding van de twee manualen door hem weer compleet gemaakt. Kortom, het orgel is weer een lust voor het oog.


Een goede kennis van Herman, de heer Henk Scheuerman van het gelijknamige Atelier voor Kerkorgelbouw uit Rotterdam, heeft het orgel tenslotte gestemd. Herman sloeg de vele pijpen aan op beide klavieren en Henk tikte dan de betreffende pijpen aan om ze op de juiste stemming te brengen. Honderden pijpen…. en hij stemde die allemaal op zijn gehoor. Vanuit één slag met zijn stemvork voor de stemming van de eerste pijp. Geen toongenerator of andere moderne hulpmiddelen, néé: puur door middel van zijn vakmanschap, of…beter gezegd, zijn meesterschap. Het orgel is nu niet alleen een lust voor het oog, maar haar geluid is ook balsem voor het oor. Om wat voorbeelden te geven: de vroeger zo krijsende bassons zijn omgetoverd in heerlijke ronde, krachtige tonen. De fluit laat weer haar verrukkelijke zoete toon horen. En de vox angelis klinkt inderdaad weer als de stem van een engel. Wat mooi ! Een ongekend juweel in een mooie, maar eenvoudige dorpskerk. Terecht: een rijksmonument.

Jan Reijnen vertelde mij, dat volgend jaar in de lente het orgel zal worden nagestemd. Het is daar nu te koud voor. En met de verwarming aan zal een vertekende klankkleur ontstaan. Jan hoopt na die nastemming iemand te vinden die een orgelconcert kan presenteren, dat recht doet aan dit zo ingetogen, maar anderzijds zo spectaculaire instrument ! Inderdaad een juweeltje….

 


 


 

  Belangrijke fase afgesloten van de restauratie van het kerkorgel van Puiflijk
 
Vandaag, 17 september 2010, is een belangrijke fase afgesloten van de restauratie van het kerkorgel van Puiflijk. De windvoorziening is weer op orde gebracht.  Gebouwenbeheerder Jan Reijnen, de Drutense orgelspecialist Herman Meijer en all-rounder Hans Nas hebben vanmorgen de gerestaureerde originele blaasbalg met de op belangrijke onderdelen vernieuwde lederen bekleding teruggeplaatst. Door diverse lekkages was het orgel nagenoeg onbespeelbaar geworden. De windvoorziening van dit kwalitatief hoogstaande instrument is nu weer op het oorspronkelijke niveau gebracht.

(bijdrage van Hans Janssen)

Hoewel klein van omvang en wars van fantasierijke uiterlijkheden is het in 1892 door orgelmaker FC Smit gebouwde orgel van Puiflijk zelfs in vergelijking met het zo rijk gezegend orgelbezit van de Nederlandse kerken  een bijzonder instrument. 

De familie Smits woonde in Reek en waren tussen 1818 en 1925 op de eerste plaats orgelbouwers maar zij hebben zich later ook bezig gehouden met verbouw en onderhoud van orgels. Aan de hand van leerboeken van oude Nederlandse orgelbouwers en de praktijk hebben ze zichzelf het vak geleerd. Zij waren wars van enige vernieuwing, maar lieten zich juist inspireren door de Nederlandse monumentale orgels vanaf de 16e eeuw. Kenners beschouwen de ongeveer 100 nog bestaande Smitsorgels in voornamelijk Zuid-Nederlandse kerken tot de topstukken van de 19e-eeuwse orgelbouw. Karakteristiek van hun instrumenten zijn de ongebruikelijke constructies, de opvallend afwisselende architectuur van de orgelkast,  de zeer merkwaardige registeropbouw en, zeker niet op de laatste plaats, het karakteristieke donkere, maar toch heldere klankkleur van hun handgemaakte pijpen.

Het orgel van Puiflijk kent inderdaad een merkwaardige constructie, kenners bewonderen de windlade die dwars in het orgel ligt en is voorzien van tweemaal twee ventielen voor de in bas en discant verdeelde registers van de hoofd- en nevenmanuaal. Ook de orgelkast, indertijd gemaakt door het timmerbedrijf van weduwe Meeuwsen aan de Stationsstraat in Druten is bijzonder. Het heeft een zeer ingetogen uiterlijk, het driedelige in blank eikenhouten uitgevoerde front heeft een eenvoudige versiering van een kam van lelies en hogels tegen het met blind traceerwerk gevulde driehoekig veld. Heel wat anders dan bijvoorbeeld het uitbundige geornamenteerde Smitsorgel in de HH. Ewaldenkerk van Druten.  De registeropbouw met twee schallende Bassons  en een Fiffaro doet recht aan hun eigengereide registeropbouw, bovendien is een van de registers een  Muette: een stomme, dus een niet op pijpen aangesloten register. 

Het gerestaureerde orgel moet hoognodig worden gestemd. Dat wil zeggen dat alle pijpen worden gecontroleerd en afgesteld, zodat ze weer gaan spreken zoals ze bedoeld zijn: met zuivere tonen. Als dat gebeurd is zullen we kunnen vaststellen of ook dit orgel het karakteristieke donkere, maar toch heldere Smits-klankkleur bezit. 

 

 


 

  Kruisgroep van Ewaldenkerk in ere hersteld
 
Onlangs is in het kruisgewelf van de Ewaldenkerk in Druten, boven het altaar, de in kleuren gerestaureerde kruisgroep weer teruggeplaatst daar waar ze sinds de grote interieurversobering in de jaren zestig een nieuwe plaats kreeg.

Drie jaar na de opening van de kerk, in 1880, werden het triomfkruis, omgeven door de beelden van Maria en Johannes boven de entree van het priesterkoor op een ijzeren balk aangebracht. De compositie is ontworpen door architect Pierre Cuypers en zijn atelierchef August Martin. In de zestiger jaren werd de balk verwijderd, het kruis ingekort en de inmiddels grijswit gekalkte beelden tegen de wand van de boog geplakt, naar voorbeeld van de Andreaskerk in Keulen. Want glazenier Joep Nicolaas vond dat de monumentale glas in loodramen in het priesterkoor zo beter tot hun recht kwamen.

De tekst op de triomfbalk luidde: Dit kruisteken zal aan de hemel staan, wanneer de Heer komt om te oordelen. Niet de gestorven Christus is afgebeeld, maar de levende Heer, die op het einde der tijden komt om ons te oordelen. Het kruis is rijk versierd. Op de uiteinden van het kruis zijn de symbolen van de vier evangelisten aangebracht: Christus komt tot ons door het Woord. Maria en Johannes zijn in gouden kleren gehuld, en ook Christus droeg oorspronkelijk een gouden lendendoek, als teken van de hemelse glorie.

Boven de balk bevond zich een afbeelding van Christus, gezeten op een troon, klaar om te oordelen de levenden en de doden. Hij wordt omringd door de heiligen Willibrord, Bonifatius en de beide Ewalden, die onze voorsprekers zijn. De tekst boven hun hoofden: Komt Gezegenden van mijn Vader om het koninkrijk in bezit te nemen, maakte duidelijk, dat we het Laatste Oordeel met vertouwen tegemoet mogen zien.

Na de grote restauratie van eind jaren negentig gaf de toenmalige pastoor Van Roosmalen het startschot om alle overgekalkte beelden in de kerk weer van de oorspronkelijke kleuren te voorzien. Het is een vijfjarenplan, dat in 2010 moet zijn afgerond. Kunstenaar Ton van Hulst uit Boven Leeuwen heeft de kleurrijke restauratie van de beelden op zich genomen. En de siergroep van de kerk, bestaande uit de heren M. Croonen, J. Janssen, H. Kokke, H. en P. Schamp en K. Reijers hebben de technische coördinatie.

Dank zij giften van sponsors, donaties en de bijdragen in de speciale collectebus konden al heel wat beelden de Ewaldenkerk meer kleur geven. En is men een flink eind op weg naar de voltooiing, hopelijk eind volgend jaar.


 

  Ontwerpers Drutens hoogaltaar geïdentificeerd.

foto 1 - Cuyperstentoonstelling in het Nederlands Architec-tuurinstituut Rotterdam


“Tot eer van den Allerhoogsten en tot roem van Druten” In 1877 kwam de Ewaldenkerk gereed. In de jaren daarna werd het interieur stukje bij beetje voltooid. De pastoor, het kerkbestuur en de bouwcommissie legden de lat hoog: het nieuwe godshuis moest hét visitekaartje worden van katholiek Maas en Waal “tot eer van den Allerhoogsten en tot roem van Druten”. De kerk werd rijk gedecoreerd en van een opmerkelijke inventaris voorzien. Uiteraard uit het atelier van Pierre Cuypers. Welke ontwerpers, beeldhouwers en schilders daarbij betrokken waren, leek niet te achterhalen. Tot aan de grote Cuyperstentoonstelling in het Nederlands Architectuurinstituut te Rotterdam. (foto 1)

Een altaar, drie ontwerpen.

 Het Cuypersarchief bevat een groot aantal schetsen van altaren, preekstoelen en beelden. Soms zijn ze voorzien van de naam van een kerk, maar vaak ook niet. Voor de Cuyperstentoonstelling brachten de conservatoren, Linda Vlassenrood en Suzanne Kole, voor het eerst drie varianten van een tot dan toe niet geïdentificeerd vleugelaltaar in verband met de kerk van Druten.


Foto 2 - Ontwerp hoogaltaar Pierre Cuypers en August Martin 1877 (NAi Rotterdam)

De eerste tekening toont een retabel, dat qua opbouw inderdaad sterk lijkt op het Drutense hoogal-taar. De vier vleugels zijn echter voorzien van paneelschilderingen. Afgebeeld zijn de Zeven Smarten van Maria. De expositietroon boven het tabernakel wordt bekroond met een Calvariegroep, een motief dat bij meerdere Cuypersaltaren voorkomt en dat teruggaat op voorbeeldboeken van Viollet-le-Duc. Maar de hoge ruimte, waarin het altaar wordt gesitueerd, doet in het geheel niet denken aan de Ewal-denkerk. Bovendien past een Maria thema niet bij een hoogaltaar in een kerk, die toegewijd is aan twee Engelse missionarissen. Weliswaar bestond hier volgens opgave van de pastoor in 1917 een “speciale devotie” tot Onze Lieve Vrouw van Zeven Smarten, maar of het bewuste altaar inderdaad voor Druten bedoeld was, waag ik te betwijfelen. Toch leverde deze schets niet alleen de inspiratie voor de retabel van het St. Jozefaltaar, maar ook de sleutel tot het geheim, wie er achter het ontwerp van het hoogaltaar schuil gaat. De tekening is namelijk gesigneerd en van een datum voorzien:“AF Martin 1877”. (foto 2)
 

Foto 3 - Ontwerp hoogaltaar Druten (NAi Rotterdam)
De tweede tekening is duidelijk van dezelfde hand. Deze schets is eerder wel eens in verband gebracht met de Onze Lieve Vrouw Geboortekerk te Oostrum Lb. Ze laat hetzelfde altaar zien. De kruisgroep boven de expositietroon is echter vervangen door een rijk gebeeldhouwde toren. Net als in Druten siert houtsnijwerk de in goud gevatte luiken. De voorstellingen van het offer van Abraham, het eten van het Paaslam, de Mannaregen in de woestijn en het offer van Melchisedek zijn voorafbeeldingen van de eucharistie en passend bij een hoogaltaar, waaraan niet alleen dagelijks de mis zou worden gelezen, maar waar ook het Heilig Sacrament wordt bewaard. (foto 3)

De derde, niet gesigneerde variant heeft blijkens het opschrift ondubbelzinnig betrekking op Druten. Altaar, triomfkruis en de beschilderde triomfboog met de triomferende Christus omringd door Willibrord, Bonifatius en de beide Ewalden, vormen een Gesamtkunstwerk, dat qua thematiek duidelijk is toegesneden op onze parochiekerk. (Foto 4)



Foto 4 Ontwerp hoogaltaar, triomfkruis en triomfboog Druten (NAi Rotterdam)

Auteurs ontraadseld

Bij toeval ontdekte Jan Daamen op de zolder van de pastorie een zwaar beschadigd fragment van dezelfde tekening, maar nu voorzien van de handtekeningen van de ontwerpers: PJH Cuypers en AF Martin 1877. (foto 5) Daarmee staat het dubbele auteurschap van dit ensemble vast. Het altaar is ontworpen door Cuypers en de chef van zijn atelier, de getalenteerde Duitse kerkschilder August Martin. Cuypers is voor menigeen een oude bekende, maar is in godsnaam die August Martin? Martin behoort tot de groep van negentiende-eeuwse kunstenaars die zich met hart en ziel aan de herleving van de middeleeuwse kunst wilden wijden. Met hem zijn we beland in het hart van de Europese neogotische beweging en het katholieke reveil.
 


Foto 5 Handtekeningen Pierre Cuypers en August Martin (Kerkarchief Druten)


Foto 6 August Martin (bron: De Maasgouw jrg 121/1)


Foto 7 Interieur Blauwe Kamer Kasteel Loppem B met muurschilderingen van Martin (bron De Maas-gouw jrg 121/1)
Een begaafde colorist uit het Rijnland. (foto 6)

August Martin komt op 2 november 1837 ter wereld in Grosz Umstadt (Hessen). Al vroeg trekt hij de aandacht van August Reigensperger. Deze door-en-door katholieke schrijver en politicus is dé drijvende kracht achter een van de meest tot de verbeelding sprekende bouwprojecten uit de negentiende eeuw: de voltooiing van de Dom van Keulen. Reichensperger ziet in Martin een uitermate bruikbaar talent voor de decoratie van de nieuwe gotische kerken, die in die jaren als paddenstoelen uit de grond rijzen. Nog belangrijker voor Martin is zijn kennismaking in Kiedrich met de katholiek geworden Engelse edelman John Sutton of Norwood. Deze groeit al snel uit tot een vaderfiguur en mecenas. Hij laat de jongen – geheel op zijn kosten - studeren bij de Belgische architect Jean Baptiste Béthune. Die brengt hem op het spoor van de grote Engelse neogoticus Augustus Welby Northmore Pugin, de ont-werper van de Houses of Parliament en Big Ben in Londen. Zelfstudie en reizen vergrootten Martins kennis van de middeleeuwse kunst. Zijn grote voorbeeld waren de Duitse primitieve schilders uit de veertiende en vijftiende eeuw. Tussen 1860 en 1873 werkt Martin als protégé van Sutton afwisselend in België (foto 7) en het Rijnland, waarbij hij zich vooral liet inspireren door de Duitse primitieve schilderkunst uit de veertiende en vijftiende eeuw. Hij ontwerpt beschilderingen, interieurs en complete altaren, waarbij hij het snijwerk overlaat aan beeldhouwers. Een drieluik van zijn hand met daarop de Piëta omringd door de heilige Agustinus en aartsengel Michael hangt in de St .Augustinuskerk in Ramsgate (Engeland), een cadeautje van Sutton aan de familie Pugin. Kunst in dienst van de religie.

In dienst van Cuypers

Tijdens zijn studie in Antwerpen heeft Cuypers begrepen, dat je voor de moderne kerkelijke schilderkunst in Duitsland moet zijn. Een reis door het Rijnland in 1850 sterkt hem in die mening. In zijn atelier werken dan ook vanaf het begin al veel Duitse schilders. Onder invloed van Pugin en Viollet-le-Duc en Pugin veranderen Cuypers inzichten over de polychromie voortdurend: hij gaat op zoek naar een “echt middeleeuwse” stijl. Tijdens de restauratie van de Dom van Mainz in 1873 komt hij Martin op het spoor. Het was voor deze schilder een beroerde tijd. Zijn weldoener, Sir John Sutton, was overleden en in Duitsland woedde de Kulturkampf in volle hevig-heid. Maar al te graag accepteerde hij daarom Cuypers’ aanbod mee te gaan naar Roermond. Martin voerde daar als chef de artistieke leiding over Cuypers’ gerenommeerde atelier en Gods eigen architect werd peetoom van drie van Martins kinderen. In 1879 scheiden zich hun wegen: Martin begon voor zichzelf. De reden van het vertrek is niet duidelijk. Kwaadwillige bronnen kwalificeren Martin als een begaafde kunstenaar, maar als een slechte zaakwaarnemer. Maar wat mogelijk echt de doorslag gaf: de opvattingen van beide heren liepen steeds verder uiteen. Cuypers’ polychromie werd kleurrijker, terwijl Martin bleef vasthouden aan het beperkte kleurengamma van de Duitse primitieven.


Foto 9 ontwerp hoogaltaar Freiburg (bron: Gothic Revival)

 


In 1887 keerde Martin terug naar Duitsland, (foto 9) waar hij in 1901 overleed. In zijn15 Roermondse jaren maakte Martin een reeks van kruiswegstaties, altaren, ontwerpen voor gebrandschilderde ramen, die nog steeds Luikse en Duitse kerken sieren. In Nederland leek zijn werkterrein vooral beperkt tot Limburg. Het Drutense hoogaltaar is voor zover bekend zijn enige werk buiten deze provincie. (foto 10)

Literatuur: A. Jacobs – De begaafde colorist uit het Rijnland in De Maasgouw jrg 121/1 A. Jacobs – Leben und Wirken des Kirchenmahlers August Martin in: Gothic Revival, Religi-on Architecture and Style in Western Europe ed. Jan De Maeyer en Luc Verpoest. Leuven 200

Jan Dekkers
 



Foto 10 hoogaltaar Druten